Project OSJOSMA

Een weeshuis in Haïti
Orphelinat Saint-Joseph Ouvrier de Saint-Michel de l’Attalaye
Waar ligt Haïti ?
Haïti ligt in Midden-Amerika op het eiland Hispaniola. Christoffel Colombus gaf die naam aan het eiland toen hij er op 6 december 1492 voet aan wal zette en Amerika ontdekte.
Haïti deelt het eiland met de Dominicaanse Republiek. De hoofdstad is Port-au-Prince. Het land wordt bewoond door ongeveer 9 miljoen mensen. De overgrote meerderheid is zwart. Ze zijn allen afstammelingen van de negerslaven die door de blanke kolonisatoren uit Afrika gehaald werden om de plantages te bewerken.
Haïti is het armste land van heel het Amerikaanse continent. De meeste mensen eten maar één keer per dag. Zelden staat er vlees op het menu. Heel wat kinderen kunnen niet naar school gaan omdat hun ouders daar niet voor kunnen betalen. Onderwijs is immers niet gratis zoals bij ons. Dat is ook zo voor de gezondheidszorg. Vandaar dat heel wat mensen, ook kinderen, jong sterven aan eenvoudig te genezen ziektes. Het ligt voor de hand dat heel wat kinderen al snel geen mama en papa meer hebben en voor zichzelf moeten zorgen vanop heel jonge leeftijd.
Voor die kinderen willen we het opnemen en ze een toekomst bezorgen.
Hoe is het project ontstaan ?
In 1993 adopteerden Frans en Rien uit Opglabbeek twee kleine kinderen uit Haïti. Dat maakte dat ze toen 5 kinderen hadden mét Bert, Anne en Pieter, hun biologische kinderen. Koen werd dat jaar 5 en Sofie 2. Ze hebben in Haïti dezelfde mama en papa. Die leven nog. Koen en Sofie zijn dus afstandskinderen. Hun mama en papa hoopten dat ze bij hun adoptiefamilie méér kansen konden krijgen.
In 2001 ging Frans met Koen op rootsreis. Ook Bert ging mee. Ze slaagden erin om de mama en papa van Koen en Sofie te vinden.
Bij die gelegenheid ontmoetten ze ook Olès Etienne die Frans om steun vroeg voor de arme bevolking. Frans koos ervoor om ‘iets’ te doen voor de vele weeskinderen die vaak op straat belanden.
Van het één kwam het ander en uiteindelijk werd gestart met de bouw van een weeshuis.
Om de centen daarvoor bijeen te krijgen, mocht Frans heel veel steun ervaren van diverse zijden. Heel wat scholen organiseerden één of meer keren een actie tijdens de advent of de vasten, eerste communicanten spaarden op hun feest, vormelingen gingen sterzingen, tientallen verenigingen en vier parochies organiseerden activiteiten voor het goede doel, er werd geld gegeven bij de geboorte van Nicolas, Sanne en Salomé, verjaardagsgeld werd afgestaan en geld bij een zilveren bruiloft, enkele serviceclubs staken een mooi bedrag toe, héél veel mensen stortten spontaan.
Hoe staat het vandaag met het weeshuis ?
Op 10 september 2006 hebben de eerste kinderen hun intrek genomen.
Momenteel (maart 2012) wonen er 25 kinderen in de leeftijd van 6 tot 16 jaar.
Het hoofdgebouw geraakt stilaan af. Het is een gesloten geheel met een voordeur en een achterdeur. Op de benedenverdieping is er een eetzaaltje, een salon, één woonkamer voor de directeur die ook een bureau heeft en een kamer voor divers gebruik (voorraad, EHBO, naaimachine,…) Boven is er een nachthal, twee grote slaapzalen en een kleine opslagruimte. Elk van de twee verdiepingen heeft ook een ‘galerie’, een open kamer, typisch voor Haïtiaanse woningen. Verder heb je een aparte keuken en een aparte sanitaire blok met douches en wc’s. Daarboven zijn weer een ziekenkamer en een gastenkamer met sanitair, een eetruimte voor de gasten en een kleine depotkamer. De trappenhal is overdekt.
De nachtwaker heeft een kamer met een deur die niet naar binnen uitgeeft.
Alle ruimtes beneden en boven zijn gevloerd en er is al heel wat meubilair. Naast het gebouw is er ook een eigen waterput die voorlopig alleen water voorziet voor schoonmaak en hygiëne. Via een tweede put met grotere diepte hopen we over voldoende water te beschikken.
Dank zij Rotary Club Staelen Genk beschikken we over zonnepanelen en eigen elektriciteit (een koelkast, een diepvriezer, een waterkoeler en verlichting).
Het weeshuis beschikt ook over een eigen voertuig, een garage om die te stallen (daar kunnen ook de fietsen van de kinderen in) en een extra bassin waarin regenwater opgevangen wordt. Op het dak staan waterreservoirs.
In het najaar van 2011 is gestart met het project ‘Nieuwbouw met 15 kamers en een appartement’. In de zomer van 2012 zullen de eerste 10 kamers op de gelijkvloerse verdieping worden ingenomen door de oudste kinderen.
Wat is de toekomst van het weeshuis ?
De bedoeling is dat er op termijn maximaal 40 kinderen kunnen wonen. We zetten stap voor stap.
Het weeshuis zou na verloop van tijd op eigen benen moeten kunnen staan en niet afhankelijk blijven van steun.
Om die reden zijn er nog grotere investeringen nodig:
- meer grond voor eigen gebruik (groenten, granen, fruit)
- uitbreiding van onze kleine boerderij met kippen, geitjes, varkentjes
- een ‘mini taxi-bedrijf’ van 3 of 4 voertuigen (taptaps) waarbij we enkele vaders kunnen tewerkstellen, maar vooral belangrijk: wat winst maken om het weeshuis onafhankelijk van giften te maken
- een factory om zelf fruitsap te maken, waspoeder, zeep
Natuurlijk moeten er ook nog kleinere investeringen gebeuren: afwerken en bemeubelen van het tweede gebouw met aparte slaapkamers voor de oudste 15 kinderen, een echte woning voor de directeur, verder uitrusten van de keuken, …
Dat alles wordt in goede banen geleid door Olès, die directeur is van een team.
Wat zijn de concrete plannen nu ?
Voor onze projecten wordt er heel wat geld ingezameld.
Wij gebruiken die centen omzichtig en doordacht.
- de nieuwbouw met 15 kamers en een appartement voor OSJOSMA afwerken
- versnellen van de verzelfstandigingsplannen voor OSJOSMA (grond, boerderij, taptapproject)
- grote depotkamer boven de bestaande garage
- We blijven permanente steun voor pedagogische personeelsomkadering geven aan ONDV in Port-au-Prince vanuit een engagement dat we aangingen na de aardbeving